• Carnaval, het is een van de meest wonderbaarlijke feesten in het jaar; ooit het feest voorafgaand aan een periode van vasten, waarin toegeleefd wordt naar het Paasfeest.
    Het vieren van Carnaval, of een feest wat daar sterk op lijkt, kent een lange geschiedenis, waarin het feestgedruis soms oplaaide en dan weer bijna als een nachtkaars uitging. Centraal in dit volksfeest staat de tijdelijke omkering van de machtsverhoudingen, wat al gebeurde bij feesten in het oude Egypte.

    Het woord Carnaval is waarschijnlijk afgeleid van ‘carrus navalis’ wat staat voor scheepswagen. In de middeleeuwen werd de zogenaamde Blauwe Schuit door de steden heen gereden, waarop eenvoudige mensen zich hadden verkleed als prinsen, koningen en heren. Een gebruik dat we nog steeds tegenkomen bij de verschillende optochten.
    In de middeleeuwen was Vastenavond nog een groots feest, maar mede onder invloed van het protestantisme werd het feest steeds minder gevierd en waar dit nog wel gebeurde, werd hier vanaf de kansel tegen gepredikt. Het feest leek te verdwijnen totdat er in Keulen rond 1823 carnavalsverenigingen werden opgericht. Veel van wat toen werd ingevoerd, kennen we nog steeds: allereerst werd op elf november om elf minuten over elf de Raad van Elf, inclusief de Prins, voor het komende jaar bekendgemaakt.
    Natuurlijk speelde het getal elf een hoofdrol, omdat het als gekkengetal bekend stond. Vanaf de elfde van de elfde werden tot aan Aswoensdag verschillende feestelijke bijeenkomsten, met narren en dansmarietjes, georganiseerd. Het hoogtepunt van elk feest was natuurlijk de optocht met praalwagens, als het tenminste niet te hard waaide.
    Ook het alaaf komt uit Keulen; in het Keuls dialect betekent ‘All af’ iets van ‘alles weg’.

    Vanaf dat moment ging het hard en in 1839 werd de eerste carnavalsoptocht van Nederland in Maastricht georganiseerd; het was niet meer dan een dans op Het Vrijthof door enkele tientallen verklede mensen. Daarna volgden plaatsen als 's-Hertogenbosch, Bergen op Zoom, Breda en Sittard.
    Hoewel er dus al in de negentiende eeuw carnaval gevierd werd, brak het feest pas goed door na de Tweede Wereldoorlog, waarbij het in sommige plaatsen nog de nodige moeite kostte om dit voor elkaar te krijgen, omdat het in veel plaatsen nog verb.
    In Tilburg trok een groep die zichzelf De Bierpompen noemde in 1963 zonder vergunning door het centrum en er werden 34 bekeuringen uitgeschreven voor verstoring van de openbare orde. Twee jaar later was het gemeentebestuur al om en het carnavalsfeest werd groter en groter, waarbij het helemaal bijzonder was dat het vasten door Rome in 1967 afgeschaft werd. Zonder vasten geen carnaval zou je als nuchtere Hollander denken, maar niets is minder waar.

    Veel Noorderlingen trekken inmiddels naar het zuiden om carnaval te vieren en het carnaval wordt ook gewoon in het noorden gevierd. Zo is het kindercarnaval bij onze vereniging inmiddels wereldberoemd op het eiland van Dordrecht, maar The Captain bekijkt het vooral vanaf een afstandje.
    Je verkleden en dronken worden, het mag allemaal, maar het is niets voor The Captain. Na vandaag is het voorbij, in Aalst, u weet wel de Belgische plaats die nogal onder vuur ligt, vindt vanavond om 21:00 de Popverbranding plaats waarmee het carnaval zo’n beetje tot een einde komt. Niet iedereen zal dan direct stoppen met drinken en feesten, maar vanaf morgen is het toch echt voorbij, dan is het Aswoensdag.