• Een introductie is bij Fred van Dongen niet nodig en wel om twee redenen, allereerst kennen veel mensen hem al en daarnaast stelt hij zichzelf gewoon even voor. Het is veel heerlijke leesstof, en daarom hebben we het ook lekker vroeg op de zaterdagmorgen voor u geplaatst.

    Even voorstellen: ik ben Fred van Dongen, 73 jaar, wonend in Dordrecht. Journalist in retraite (ben al dik tien jaar met pensioen), actief met (wedstrijd)verslagen van de Dordtse voetbalclubs. Tot begin dit seizoen voor de inmiddels helaas opgeheven Stem van Dordt (site). Tegenwoordig zijn al die verslagen te vinden op een eigen Facebook-groep met als titel Dordt2222.
    Zowel voor De Stem als voor Dordt2222 werk(te) ik als hobbyist. Kreeg er geen cent voor, wilde ik ook niet. Wil me als gratis vrijwilliger dienstbaar maken aan het Dordtse amateurvoetbal dat meer aandacht en waardering verdient dan wat de regionale pers de laatste tijd biedt. Door de coronacrisis ben ik op verzoek van de vv Dubbeldam thuis wat gaan zitten mijmeren, bespiegelen. Met als centrale vraag: wie is die man met die hoed, met dat camera-tje en dat notitieboekje die vaak bij ons langs te lijn is te vinden?

    Regelmatig aan de Schenkeldijk
    ‘Ben sinds een paar jaar inderdaad regelmatig te gast aan de Schenkeldijk. Voor met foto’s gelardeerde verslagen van zowel Dubbeldam-zondag als Dubbeldam-zaterdag. Geniet altijd weer van de warme ontvangst en de spontaniteit van de Dubbeldamse spelers zowel voor als na de wedstrijd’.
    ‘Toen ik 6 jaar oud was mocht ik op voetbal. De keuze viel op DFC. Tot mijn 17de heb ik bij die club gevoetbald. Ik was een snelle rechterspits. Maakte heel wat goals. Op trainingen mocht ik altijd de sprints aantrekken. Tot een echte voetbalcarrière is het niet gekomen. Ik belandde bij de lokale krant als medewerker. Hield me onder meer bezig met het maken van voetbalverslagen en (telefonische) overzichten. Van het Dubbeldam van toen kreeg ik info door van ik dacht Dio Schutter. Die was volgens mij toen wedstrijdsecretaris. En zo begon een nieuwe fase in mijn leven: die van (sport)verslaggever. In die tijd werden wedstrijden altijd en alleen in het weekeinde gespeeld. Lichtinstallaties waren een nauwelijks bekend fenomeen. Wanneer er in het weekeinde gewerkt moest worden, kom je zelf niet aan voetballen toe. Het betekende het einde van mijn – knipoog - veelbelovende voetbalcarrière’

    Dordtenaar Cup
    ‘Mijn band met het Dordtse voetbal kwam me goed van pas toen ik een vaste baan kreeg bij (AD) De Dordtenaar. Door de vele aandacht die we aan de lokale sport besteedden vloog de oplage van de krant met raketachtige snelheid omhoog. Mede door acties als de verkiezing van De Sportploeg van de Week en niet te vergeten het voetbaltoernooi om De Dordtenaar Cup. Hieraan konden alle standaardteams uit Dordrecht en omgeving deelnemen, zowel zaterdag als zondagclubs. Het was wellicht het eerste uit meer speelrondes bestaande toernooi in het land waarin zaterdag en zondag elkaar konden treffen. De halve finales en de eindstrijd trokken duizenden toeschouwers. Als prijs was er een cup met grote oren voor de winnaar en kleinere versies voor de nummers twee, drie en vier. Daarnaast waren er herinneringsmedailles aan rood-witte (de lokale kleuren immers) linten voor alle deelnemers aan de finale. Ook kreeg de winnaar twee afleveringen lang een week een trainingskamp in het Spaanse Benidorm aangeboden door reisbureau Van Maaren. Dit was een unieke prijs destijds, die de aantrekkingskracht én het aanzien van het toernooi enorm verstevigden’.
    ‘De allereerste finale werd gespeeld bij RCD met als finalisten ODS en jawel Dubbeldam dat volgens mijn toen nog aan het nostalgische Kooipad speelde. Het werd een eindstrijd tussen twee gerenommeerde spitsen: Cees van der Sluis bij ODS en – als ik me goed herinner - Goof Booij bij Dubbeldam’.

    Tuchtcommissie
    De toenmalige afdeling Dordrecht van de KNVB verzorgde de toernooiorganisatie. ‘Ik mocht de toernooicommissie voorzitten. Omdat ik zo goed kon organiseren, zeiden ze. Het betekende achteraf een eerste stap naar een heel andere functie binnen de voetbalbond en binnen mijn werk. In de jaren tachtig vroegen ze bij de voetbalbond of ik voorzitter wilde worden van de tuchtcommissie van de KNVB-afdeling Dordrecht. Dat leek me wel wat. Per slot had ik en passant ook de nodige certificaten/diploma’s binnengehaald door avondstudie: praktische psychologie, rechten, sociale economie en Spaans. Die eerste twee kwamen mooi van pas om tuchtrechter te worden. We hadden een geweldige commissie waarin vooral mensen met bestuurlijke ervaring in het verenigingsleven zaten zoals de vader van Dubbeldams toekomstige trainer Ries Fok. (Oud-)scheidsrechters zag ik niet zo zitten in de tuchtcommissie. Deze zijn vaak teveel meegaand met de rapportage van de arbiter. Ik werkte liever met echte verenigingsmensen die veel meer inlevingsvermogen toonden met spelers en clubs.’

    Gouden Speld
    Ook in de journalistiek braken in de jaren tachtig nieuwe ontwikkelingen aan. ‘Organisatietalent, goed gevoel voor nieuws en omgaan met mensen. Die kwaliteiten bezorgden me – zeiden ze later - een overstap naar de landelijke krant, het Algemeen Dagblad. Ik werd daar na verloop van tijd onder meer chef van nieuwsafdelingen als Binnenland, Economie en Nieuwsdienst. Geen sportredactie. Dit zou ook moeilijk combineerbaar zijn geweest met mijn onbezoldigde functie van tuchtcommissievoorzitter bij de voetbalbond. Toen in 2005 het Algemeen Dagblad fuseerde met diverse regionale kranten kon ik op 59-jarige leeftijd met vervroegd pensioen. Ik heb meteen mijn handtekening gezet onder het prima voorstel. Anders zit je alleen maar ambitieuze jonge collega’s in de weg, redeneerde ik.’
    Toen Fred eind vorige eeuw stopte als tuchtcommissieman bij de KNVB bewoog de toenmalige administrateur van de KNVB-afdeling Dordrecht, Wim van Varik senior, hemel en aarde om hem een passende bondsonderscheiding te geven. ‘Het werd de Gouden Speld van de KNVB, opgespeld door een andere geweldige voetbalman Rinus den Engelsman. Telkens als ik die speld uit de cassette haal komt bij mij één gedachte bovendrijven: dank je Dordtse clubs want jullie hebben indertijd met ‘de oude Wim’ het voortouw genomen om deze vorm van waardering te realiseren’.

    Boca Juniors
    De laatste jaren reist Fred regelmatig naar het buitenland. ‘Ook om voetbalwedstrijden én stadions te bezoeken. In Argentinië heb ik de stadions van Boca Juniors en River Plate van binnen mogen bezichtigen. Ik ben ook regelmatig te signaleren in Camp Nou want Barcelona is toch een beetje mijn cluppie. Per slot heb ik al heel wat jaren een mooi appartement in Castelldefels, de voorstad van Barcelona waar ook bekenden als Messi, Suarez en Busquets wonen. Mijn familie komt er die sterren nog wel eens op straat tegen. Ze wonen in flink ommuurde, goed bewaakte landhuizen in de bergen. Met de familie willen we uit een merkwaardig soort nieuwsgierigheid nog wel eens langs die panden rijden’
    ‘Ook in Engeland ben ik vaak op tribunes te vinden. Ik heb clubcards en accounts bij Tottenham, West Ham, Charlton, Ipswich en Gillingham. Ik kom graag bij ‘lagere’ clubs. Daar vind je nog die echte tribunesfeer, die ik ook regelmatig in Spanje beleef. Een lekker potje kijken bij Andorra (derde divisie) of Castelldefels (vierde divisie). Dan krijg ik weer dat moeilijk te beschrijven gevoel alsof ik bij een amateurwedstrijd in Dordrecht sta’.
    ‘Wanneer ik niet op reis ben kun je me vrijwel elk weekeinde vinden op de Dordtse velden. Met potlood, papier en een camera. Ter promoting van die vele Dordtse clubs met elk een prachtige geschiedenis, een eigen problematiek én ijzersterke gezonde ambities. Het houdt me scherp én jong van geest. Het is geweldig om die ontlading bij de jongens te ervaren als ze kampioen zijn geworden. Daarnaast is het ook meelevend om ze met stem en schrift een hart onder de riem te steken bij tegenslagen’.

    Cement van de maatschappij
    Wat betreft de toekomst van de tien Dordtse amateurclubs is Fred niet pessimistisch. ‘De ambitie straalt ervan af, zowel sportief als bestuurlijk. Schakers zeggen wel eens: soms moet je een pion offeren om een paard te veroveren. Bestuurlijke behoedzaamheid kan geen kwaad mits je maar een doel voor ogen hebt. Langs de lijnen hoor ik vaak geklaag over gebrekkige accommodaties. Meestal zeer terecht. Ik vertrouw erop dat de gemeente Dordrecht eerlijk, serieus en klantgericht met klachten omspringt. En geen oplossingen meer zoekt in (gedwongen) clubfusies, althans het fuseren van voetbalclubs. Tien voetbalclubs op 120.000 inwoners lijkt me een redelijke verhouding. Sportclubs vormen belangrijk cement van een maatschappij. Een overheid die zichzelf serieus neemt dient de kwaliteit van dat cement te allen tijde te bewaken en te bevorderen.’

    Arrogantie
    ‘Soms vragen mensen me wat het dieptepunt was in mijn tijd als sportvrijwilliger. Dat was de aanvankelijk zeer bejubelde reorganisatie bij de KNVB eind vorige eeuw. De twintig afdelingen waaronder die van Dordrecht werden opgeheven en ondergebracht in zes districten. Vanaf dat moment werd bij mij het gevoel steeds sterker dat de clubs – wat aangedikt - tegenwoordig van de bond zijn waar in de oude constructie overduidelijk de bond van de clubs was. Ondanks alle moderne communicatiemiddelen blijkt de KNVB steeds meer een autistische organisatie te worden. Veel kantoormensen zijn ambtenaartjes geworden. Je hebt je als gewone club, gewone man maar te schikken naar de vermeende alwetendheid van de bond. Het kan de gewone voetbalman gedesillusioneerd en teleurgesteld maken met afhaken tot gevolg. Die bondsopstelling zal denk ik mettertijd tot uitholling bij clubs zorgen. Vooral als die gewraakte opstelling samenvalt met arrogantie zoals ik die wel eens persoonlijk heb geconstateerd bij het district West II. Ik kan de Dordtse clubs alleen maar aanbevelen: zorg dat je bij Zuid I blijft. Daar vind je nog de aloude menselijke service die ik gewend was bij die oude afdeling Dordrecht. En of ik het persoonlijk nog zal meemaken weet ik niet, maar ooit zal de bond weer worden opgesplitst in kleinere regionale eenheden. Al dan niet in omni-verband met andere sportorganisaties.’

    De foto boven de tekst is van enkele jaren geleden met wat voetbalbekenden in het stadion La Bombonera van Boca Juniors in Buenos Aires, Argentinië.

    In de foto hieronder: twee maanden geleden in het stadion van de Spaanse club Getafe die de weken daarna Ajax zou uitschakelen.

    Daaronder zien we Fred bij DFC met de bekende Dordtse trainer Paul Koster.